Overnachten in de Outback: rust en avontuur

Het was het jaar 1606 toen de Nederlander Willem Jansz als eerste westerling Australië ontdekte. In de honderden jaren daarna vestigden een aantal landen zich op het enorme eiland, waar Engeland uiteindelijk de vlag zou planten. Al ver daarvoor was Australië echter bewoond. Naar schatting 60.000 jaar geleden kwamen de eerste Aboriginals via Indonesië in Australië. Nog altijd woont dit volk met name in de Australische Outback.

De Outback is grofweg het binnenland van Australië, weg van de bewoonde wereld. De grote steden van Australië liggen vrijwel uitsluitend aan de kusten van het land. In het binnenland zijn de omstandigheden zwaarder, is het vaak ontzettend warm, maar is de omgeving ook ontzettend mooi.

Een verblijf in de Outback kun je zo avontuurlijk maken als je zelf wilt. Reisbegeerte neemt je mee naar Alice Springs, een stadje in het centrum van Australië. Vanuit Alice Springs ontdekken we de historische gronden rond Ayers Rock, diep in de Australische Outback.

Alice Springs: klein, maar bijzonder

Alice Springs is voor de meeste toeristen die een uitstapje naar de Outback willen ondernemen het startpunt. Je kunt naar Alice Springs rijden, maar de dichtstbijzijnde stad is Adelaide op 16(!) uur rijden. Het is dus een betere optie om te vliegen. Dat kan vanaf de meeste grote steden in Australië voor een paar tientjes tot honderd euro voor een enkele vlucht.

Alice Springs is een bijzonder stadje. Midden in de woestijn ligt de gemiddelde temperatuur bijzonder hoog in de stad. Zelfs hartje winter (juli) daalt de temperatuur zelden onder de twintig graden.

In Alice Springs woont een grote groep Aboriginals. Helaas is dit een groep die veelal rond de armoedegrens leeft, waar de blanke gemeenschap het veelal breder heeft. Dit leidt nog wel eens tot spanningen, waardoor het wordt aangeraden om na zonsondergang niet buiten het centrum van de stad te wandelen.

Een flink deel van de wegen in de Outback zijn onverhard.

Op naar de Outback

Vanuit Alice Springs kun je met een eigen auto (met vierwielaandrijving) de Outback gaan verkennen. Met je eigen auto gaan biedt natuurlijk avontuur, maar dit keer zouden wij aanbevelen om met een georganiseerde reis mee te gaan.

Zo kun je met een grote 4×4-bus op weg gaan. Het voordeel van deze tours is dat je vaak meer toegang krijgt tot gebieden en makkelijker (en veiliger) kunt overnachten in de absolute Outback.

De rit gaat veelal over een onverharde weg, die behoorlijk hobbelig kan zijn. Het is echter ook een toffe route met bijzondere uitzichten.

Meestal wordt er gekozen voor een overnachting in de buurt van Ayers Rock, ook wel Uluru Rock genoemd, één van de bekendste bezienswaardigheden van Australië.

Waarschijnlijk denk je na een kort ritje de vuurrode rots al te zien, maar in werkelijkheid zie je Mount Conner. Deze berg, die veelal uit hetzelfde type steen bestaat als Ayers Rock, vertoont grote gelijkenissen.

In tegenstelling tot Ayers Rock, is dit echter een berg met minder religieuze en historische belangen voor de Aboriginals. Ook is de berg van dichtbij toch net wat minder fotogeniek.

Overnachten in tenten, of toch buiten?

Je kunt rond het gebied van Ayers Rock op verschillende plekken overnachten. Reisorganisaties bieden meestal drie opties aan: in verstevigde tenten, in blokhutten en onder de hemel.

Hoewel je overdag stapelgek kunt worden van de vliegjes die continu op je gezicht willen landen, zijn deze ’s avonds weg. Dat maakt slapen onder de sterrenhemel een goede optie, want nergens in Nederland ga je een hemel vinden die zo rijk aan sterren is.

Het zien van de Melkweg is pas het begin, want onder de sterren in de Australische Outback zie je planeten, vallende sterren, sterrenbeelden, satellieten en soms zelfs het Andromeda-sterrenstelsel.

Let er overigens wel op dat je geen eten bij je slaapzak hebt, want mieren, muizen en zelfs dingo’s (hondachtigen) zijn ’s nachts actief in de Outback.

Hoewel de omgeving vrij kaal is, steelt Ayers Rock de show en is de omgeving op zijn eigen manier erg bijzonder.

Ayers Rock: heilig en prachtig

De hoofdattractie in de Australische Outback, naast de gehele ervaring, is ongetwijfeld Ayers Rock. Deze heilige vuurrode rots valt op in het vrij kale landschap. Uit het niets doemt een enorm steile rots op met een vrijwel vlakke bovenkant.

De rots is voor de Aboriginals extreem belangrijk. In en rond de rots zijn talloze oude muurschilderingen te vinden. De rots is naar schatting al tienduizenden jaren een belangrijke plaats voor de Aboriginals.

Om deze reden moet je goed opletten in het gebied. Geniet van het uitzicht, de verhalen en de ervaring, maar neem niets meer en ga al helemaal niets in de rots graveren.

Het is anno 2018 nog mogelijk de rots te beklimmen, maar dit wordt zeer sterk afgeraden, zelfs door de organisator. Deze mogelijkheid stamt uit een tijd dat de Australiërs nog weinig  ophadden met de rechten van de Aboriginals. De Aboriginals waren felle tegenstanders van toeristische beklimmingen vanwege de heilige rol van de rots.

Pas recentelijk is besloten om in de nabije toekomst alle beklimmingen af te schaffen. Daarvoor moet echter eerst de huidige overeenkomst nog aflopen, waardoor je in theorie nog de rots kunt beklimmen.

Zonsondergang bij de rots en de weg terug

Een populaire activiteit is simpelweg de zonsondergang bij de rots. Bijna iedere minuut krijgt de rots een andere kleur door het zonlicht in de warme lucht, in combinatie met de bijzondere kleuren van het steen van de rots.

Op een nabijgelegen terrein kun je onder het genot van een glaasje champagne genieten van de ondergaande zon en zelfs barbecueën.

Gezien Ayers Rock aardig ver van Alice Springs ligt, zal je meestal nog een nachtje in de buurt slapen, voordat je teruggaat naar het stadje om je reis te vervolgen.

Voordat je weggaat is het goed om het bezoekerscentrum nog even te bezoeken. Nee, dit is geen saai bezoekerscentrum, zoals je dat op elke toeristische locatie vindt.

Het centrum wordt veelal gerund door Aboriginals die je alles kunnen vertellen over hun cultuur, het belang van de rots, maar je ook hun karakteristieke kunst laten zien (en uiteraard proberen te verkopen).

Een aanrader, want ook als toerist mag je niet vergeten dat de Aboriginals er al tienduizenden jaren voor de huidige blanke meerderheid uit Europa waren.